Waterbewust bouwen

Wanverbindingen voorkomen

Ir.-Arch. Julie Alboort • 15 juni 2016

Sinds 2004 is het wettelijk verplicht om hemelwater te hergebruiken. En terecht, want hemelwater is een interessante waterbron die perfect kan aangewend worden voor toepassingen die niet aan de hoogste kwaliteitsnormen voor drinkwater moeten voldoen. Ook putwater kan daarvoor worden gebruikt, maar dat is uiteraard minder milieuvriendelijk.
Indien er in een woning naast drinkwater ook ‘water van vreemde herkomst’ (hemelwater, put- of bronwater) aanwezig is, mogen deze beide netten in geen geval verbonden zijn. Rechtstreekse verbindingen via mengkranen, gesloten afsluitkranen, keerkleppen, wegneembare aansluitstukken en andere zijn verboden. Dergelijke verbindingen houden niet alleen risico’s in voor de kwaliteit van het water in huis, maar kunnen er ook voor zorgen dat het openbare drinkwaternet vervuild wordt. De scheiding moet dus absoluut en definitief zijn. Toch wordt hier in de praktijk vaak tegen gezondigd. Men spreekt in dat geval van ‘wanverbindingen’.

Wettelijk kader over het gebruik van water in huis.

 

Drinkwater is onmisbaar in elke woning. Het is dus evident dat de kwaliteit van het drinkwater sterk gereguleerd is. Het wettelijk kader wordt bepaald door het decreet van 24 mei 2002 betreffende water voor menselijke aanwending. Het regelt het water dat gebruikt wordt voor huishoudelijke, agrarische of industriële toepassingen en dus ook het water dat bestemd is voor menselijk consumptie. Hieronder valt het water dat gebruikt wordt voor te drinken, te koken, voor de vaat te doen en voor de persoonlijke hygiëne (inclusief bad en douche). Dit water voor menselijke consumptie wordt het ‘drinkwater’ genoemd. In het decreet wordt hemelwater, grondwater, oppervlaktewater en gerecupereerd afvalwater dat niet bestemd is voor menselijke consumptie en apparatuur bevoorraadt voor bijvoorbeeld besproeien van tuinen, WC, wasmachine of reinigen van vloeren of voor industriële of agrarische toepassingen, gedefinieerd als ‘tweedecircuitwater’. Dit water moet stromen in een afzonderlijk circuit, afgescheiden van het huishoudelijk leidingnet van water bestemd voor menselijke consumptie.

 

De wetgeving bepaalt dus niet de herkomst, maar wel het gebruik en koppelt dit aan waterkwaliteit. De kwaliteitsvoorwaarden en normen waaraan het drinkwater moet voldoen worden bepaald door het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende de reglementering inzake de kwaliteit en levering van water bestemd voor menselijke consumptie.

 

Drinkwaterbedrijven zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het drinkwater tot op het leveringspunt van de woning, meestal de watermeter. Vanaf het leveringspunt is de eigenaar (of huurder) van de woning verantwoordelijk. Wanneer er in een woning naast drinkwater ook water van vreemde herkomst aanwezig is, gelden de ‘Technische Voorschriften betreffende de binneninstallaties’ van Belgaqua en het ‘Technisch reglement voor water bestemd voor menselijke aanwending’ van de Samenwerking Vlaams Water (Aquaflanders). Dit wordt zo opgelegd in het Algemeen Waterverkoopreglement (artikel 7 §1). Deze technische voorschriften moeten verhinderen dat er contaminatie mogelijk is vanuit het circuit van het water van vreemde herkomst naar het drinkwatercircuit. Indien een verontreiniging zou optreden doordat de binneninstallatie niet conform is met de Technische Voorschriften, is de eigenaar (of huurder) hiervoor verantwoordelijk.

Onrechtstreeks ligt deze verantwoordelijkheid uiteraard bij de installateur van de binneninstallatie. Die wordt verondersteld de binneninstallatie volgens de regels van de kunst en conform de geldende reglementering uit te voeren. Maar ook architecten spelen een belangrijke rol. Ze worden geacht de bouwheer te wijzen op zijn wettelijke verplichtingen. Via het ontwerp van de riolering en de hemelwaterinstallatie kunnen ze bovendien anticiperen op mogelijke wanverbindingen.

Keuring van de binneninstallatie

 

Ter bescherming van de volksgezondheid en om contaminatie en kwaliteitsproblemen van het drinkwater door het terugstromen in de binneninstallatie of het terugstromen naar het openbaar waterdistributienetwerk te vermijden, moet iedere binneninstallatie conform het Algemeen Waterverkoopreglement gekeurd worden. In de volgende gevallen is men onderworpen aan een keuring:

  • voor de eerste ingebruikname;
  • bij belangrijke wijzigingen;
  • bij heringebruikname na een afsluiting wegens een onmiddellijke bedreiging voor de gezondheid van de verbruiker of voor de volksgezondheid en de veiligheid van de drinkwatervoorziening, op verzoek van de exploitant;
  • na vaststelling van een inbreuk op de wettelijke en technische voorschriften, ter preventie van terugstroming, op verzoek van de exploitant.

 

Onder belangrijke wijzigingen worden alle wijzigingen verstaan die de volksgezondheid of de goede werking van de binneninstallatie en het openbaar waterdistributienetwerk kunnen bedreigen.

 

Voorbeelden van belangrijke wijzigingen zijn het plaatsen van een hemelwater- of grondwaterput, het plaatsen van een bijvulsysteem op een hemelwaterrcircuit, het plaatsen van een waterontharder of een grondige vernieuwing of uitbreiding van het leidingnet.

Veel voorkomende wanverbindingen

 

Het is belangrijk om bij het ontwerp van de hemelwaterinstallatie een reglementaire mogelijkheid te voorzien om te schakelen naar of bij te vullen vanuit de drinkwaterinstallatie. Veel mensen gebruiken immers hemelwater om het toilet door te spoelen, de wasmachine te laten draaien of de tuin te besproeien. Wanneer de hemelwaterput leeg is, wil men dit uiteraard blijven kunnen doen. En hier ontstaan de meeste wanverbindingen. Indien er geen bijvul- of omschakelmogelijkheid werd voorzien, opteert een  bewoner soms voor de gemakkelijkste verbinding met het drinkwatercircuit. Men plaatst bijvoorbeeld een kantelkraantje tussen beide netten. Of men kiest voor flexibele buizen die aan een hemelwater- of een drinkwaterleiding kunnen vastgeschroefd worden. Soms worden dergelijke wanverbindingen bij het installeren van de binneninstallatie door de aannemer als een goedkoop alternatief voor de reglementaire oplossingen aangeboden aan de bouwheer. Als architect dien je hiervoor alert te zijn en is het je taak de bouwheer te informeren over de wettelijke verplichtingen.

 

Voorbeelden van wanverbindingen ten gevolge van de afwezigheid van een reglementaire bijvul- of omschakelmogelijkheid tussen de hemelwaterinstallatie en het drinkwatercircuit

 

  • Wanverbinding door middel van een flexibel

  • Wanverbinding door middel van een kantelkraantje tussen beide netten

Andere voorbeelden van wanverbindingen

 

  • Wanverbinding ter hoogte van een mengkraan
  • Wanverbinding via een flexibel tussen het drinkwatercircuit en een vijverinstallatie.

Een correcte scheiding realiseren tussen het drinkwatercircuit en de hemelwaterinstallatie of het putwatercircuit

 

Om contaminatie te vermijden vanuit het circuit van het water van vreemde herkomst naar het drinkwatercircuit is een correcte scheiding noodzakelijk. Volgende oplossingen worden aanvaard om de hemelwaterput aan te vullen vanuit het drinkwatercircuit of om te schakelen van het hemelwater- naar het drinkwatercircuit. Belangrijk is dat bij al deze oplossingen de algemene voorwaarden waaraan de installatie moet voldoen, worden gerespecteerd.

 

 

Omschakeling via een dubbel waterleidingnet naar de tappunten

 

Deze oplossing houdt in dat men naar alle plaatsen waar men een toestel wenst aan te sluiten op hemelwater twee totaal gescheiden leidingen aanlegt: een hemelwater- en een drinkwaterleiding. Wanneer er geen hemelwater beschikbaar is, moet men alle toestellen manueel overschakelen op drinkwater. In principe dienen alle leidingen na stilstand of na omschakeling grondig gespoeld en zo nodig gereinigd worden. In de praktijk gebeurt dit echter zelden.

Bijvullen van de hemelwaterput via een bijvulleiding en bijvulkraan

 

Bij deze oplossing dient men bij het ontwerp van de riolering en de sanitaire binneninstallatie een bijvulleiding naar de hemelwaterput en een bijvulkraan op het drinkwater te voorzien. Beide mogen niet in contact komen met elkaar en dienen  fysiek gescheiden te zijn. De minimale afstand tussen de bijvulkraan en de bijvulleiding bedraagt 2 cm.

Omschakelen via een buffervat

 

In een buffervat zit een kleine hoeveelheid leidingwater, bijvoorbeeld 10 liter. Bij deze oplossing dient de verbruiker zelf het niveau van de hemelwaterput in het oog te houden. Wanneer het niveau te laag komt, kan hij door middel van een aantal sluiters omschakelen naar het buffervat. Dit is aangesloten op het drinkwatercircuit. De aftappunten zelf worden rechtstreeks vanuit het buffervat gevoed. Deze oplossing kan ook geautomatiseerd worden. Als de hemelwaterput leeg is, gaat de pomp tappen uit het buffervat. Het mechanisme stopt automatisch wanner er weer regenwater in de put zit.  Opgelet, de automatische bijvulsystemen dienen Belgaqua gekeurd te zijn. Het is aangewezen de overloop van een automatisch buffervat te onderbreken ten opzichte van de riolering, zodat eventuele lekverliezen voorkomen kunnen worden.

 

Geen bijvulmogelijkheid of omschakeling voorzien in het ontwerp?

 

Wanneer er bij het ontwerp geen omschakel- of bijvulmogelijkheid voorzien is, kan de bewoner de hemelwaterput in principe nog steeds bijvullen met een tuinslang. Die mag dan uiteraard niet in contact komen met het hemelwater. Eventueel kan men ervoor opteren om de tuinslang aan te sluiten op een trechter, die men circa 5 centimeter onder de drinkwaterkraan kan plaatsen en waarin men het drinkwater kan laten stromen.

 

Algemene aandachtspunten m.b.t. ‘water van vreemde herkomst’

 

Tot slot nog een paar algemene aandachtspunten met betrekking tot installaties voor water van vreemde herkomst.

  • Alle aftappunten waar hemelwater toegevoerd wordt, moeten voorzien zijn van een sticker of aanduiding met vermelding “geen drinkwater”. Alle tappunten worden uitgerust met beveiligde kranen die moeilijk bedienbaar zijn door kinderen, bijv. door verplichte uitvoering van twee simultane handelingen.
  • De gebruikte materialen mogen de kwaliteit van het tweedecircuitwater niet nadelig beïnvloeden. Er moet speciale aandacht uitgaan voor het goed gebruik van leidingen uit verschillende materialen. Bepaalde materiaalovergangen kunnen namelijk aanleiding geven tot corrosieverschijnselen of tot uitloging van metalen naar het drinkwater (zoals lood).