Waterbewust bouwen

Legionellapreventie bij kleinschalige niet-publieke projecten

Luc Mouton, Aquaservices • 15 juni 2016

Het legionellabesluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 is uitsluitend van toepassing op gebouwen met een publiek karakter. Vanuit volksgezondheidskundig oogpunt is het echter belangrijk dat er in elk gebouw -ongeacht de functie en het karakter ervan- rekening gehouden worden met legionellapreventie. In dit artikel belichten we een aantal aandachtpunten rond legionellaveiligheid waarmee rekening gehouden kan worden bij niet-publieke projecten van beperkte schaal.

Sanitaire binneninstallaties mogen, in het belang van de volksgezondheid van de eindgebruiker, niet de oorzaak zijn van een vermeerdering van ziekmakende micro-organismen in het drinkwater zoals virussen, bacteriën, ééncelligen en ongewervelde dieren zoals legionella, protozoa, parasitaire wormen en dergelijke.

 

In de praktijk wordt vastgesteld dat problemen inzake waterkwaliteit en legionellaontwikkeling bij kleinschalige projecten  vaak ontstaan doordat de sanitaire installatie in een te beperkte ruimte wordt geplaatst. Door hotspots in de omgeving van koud waterleidingen en/of waterbehandelingsapparatuur kan een verhoogd kiemgetal ontstaan.

 

Een veilige sanitaire installatie begint daarom met het opmaken van een goed ontwerp waarbij rekening gehouden wordt met voldoende beschikbare ruimten voor het plaatsen, monteren en onderhouden van de installatie.

Ontwerp en tracébepaling

 

Standaard tekent de architect de positie van de sanitaire toestellen in op de uitvoeringsplannen. In de meeste projecten van beperkte omvang bepaalt de installateur tijdens de uitvoering het leidingtracé, en dit op basis van zijn inzichten en ervaring. Vaak wordt hierbij te weinig rekening gehouden met de mogelijke opwarming van koud waterleidingen en met een goede doorstroming. Hierdoor kunnen na verloop van tijd problemen ontstaan ten gevolge van legionellavermeerdering.

 

Een kort overleg tussen de architect, het studiebureau –indien van toepassing- en alle betrokken aannemers voor de aanvang van de werken kan veel problemen voorkomen. Een controle van het leidingtracé voor het aanbrengen van de dekvloer is wenselijk aangezien eventuele aanpassingen dan nog mogelijk zijn.

Aandachtspunten bij het ontwerp en de plaatsing van de sanitaire installatie:

 

  • Systemen voor koud- en warmwaterinstallaties wordt bij voorkeur zo eenvoudig mogelijk ontworpen.

 

  • Er dient voldoende doorstroming van warm en koud water zijn.

 

  • Op het eindpunt van de leidingen wordt best een groot waterverbruiker aangesloten (bv. een toilet of een vaatwasmachine)

 

  • De koud- en warm waterleidingen worden best zo ver mogelijk van elkaar aangelegd worden zodat het koud water niet kan opwarmen (vuistregel: minimum 25 cm)

Voorbeeld waarbij koud- en warm waterleidingen tegen elkaar aan geplaatst zijn

  • Op de betonplaat worden bij voorkeur eerst de koud waterleidingen geplaatst en pas na de vloerisolatie de warm water- en CV-leidingen.

Voorbeeld aanleg koud waterleidingen in koude zone. Verloop van de leidingen onder de vloerisolatie

  • Er dient voldoende isolatie voorzien te worden rondom de koud- en warm waterinstallatie.

 

  • Het te verwachten maximaal piekverbruik dient correct berekend te worden. De leidingen dienen correct gedimensioneerd te worden.

 

  • De lengte van de koud waterleidingen dient beperkt te blijven. Koud waterleidingen worden best buiten de stookplaats geplaatst zodat het water niet kan opwarmen.

 

  • Waterbehandelingsapparatuur, filters ed. worden best in een koude ruimte geplaatst.

Voorbeeld van een installatie waar koud- en warm waterleidingen, en de waterbehandelingsapparatuur

  • Er dienen in het ontwerp voldoende stijgkokers voorzien te worden om de  warm water-, CV-  en koud waterleidingen in te monteren. Koud waterleidingen worden bij voorkeur in een afzonderlijke koker geplaatst zodat ze niet kunnen opwarmen door nabijgelegen warm waterleidingen.

 

  • Het uittekenen van de leidingtracés is wenselijk om kwaliteitsproblemen te voorkomen

Veel voorkomende fouten bij het ontwerp en de uitvoering van de sanitaire installatie:

 

  • Het naast of onder elkaar plaatsen van verdeelcollectoren van koud en warm sanitair water en CV water, waardoor de koud waterleidingen kunnen opwarmen.
  • Het plaatsen van de watermeter in de stookruimte of in de nabijheid van een radiator.

 

  • Het aanleggen van vloerverwarming in een stooklokaal waar de waterbehandeling is opgesteld, met een opwarming van de koud waterinstallatie tot gevolg.

 

  • Lange uittapleidingen ( vanaf de collector) naar één of meerdere  sanitaire toestellen die zelden gebruikt worden (bv de douche van een logeerkamer)

 

  • Geen of onvoldoende doorstroming van leidingen. Dit is te voorkomen door het hydraulisch inregelen van regelkranen.