De constructie is permanent drijvend en stijgt of daalt mee met het niveau van het waterpeil.

Omschrijving

 

Een drijvend gebouw is permanent drijvend en stijgt of daalt mee met het niveau van het waterpeil.

 

Een drijvend gebouw heeft altijd een natte uitgangssituatie. Drijvende constructies mogen nooit op een droge ondergrond terechtkomen, want de structuur is daar niet op berekend.

De ontsluiting moet afgestemd zijn op het fluctuerend waterpeil, zodat het gebouw altijd bereikbaar blijft.

 

Deze bouwstrategie wordt al geruime tijd toegepast in Nederland.

 

Technische aanpak en aandachtspunten

 

Structuur

 

Het gebouw rust op een drijvende fundering die mee beweegt met het waterniveau. Het drijvend vermogen wordt ontleend aan de opwaartse druk. Hoe hoger de belasting, hoe dieper het drijflichaam in het water zakt.

 

Het drijflichaam kan op verschillende manieren uitgevoerd worden.

 

De oudste en meest gekende structuur voor drijvend wonen is gebaseerd op die van een schip en bestaat uit een stalen casco dat regelmatig voor onderhoud uit het water moet worden gehaald.

 

Een tweede methode die in Nederland het meest wordt toegepast, is een betonnen waterdichte kuip. Doorgaans wordt de bovenbouw uitgevoerd in houtskeletbouw. Vergeleken met een stalen casco is deze oplossing veel minder onderhoudsgevoelig. Een nadeel is de beperkte mobiliteit.

 

Een derde methode is geïmporteerd uit Canada en bestaat uit een kern in hoogverdichte EPS (polystyreen), waarrond een betonschil (een betonnen wapening) zit.

 

Van dit type werden ondertussen ook varianten in aluminium ontwikkeld. Het nadeel van deze systemen is dat het zwaartepunt hoger ligt. Om de stabiliteit te waarborgen, gebruikt men doorgaans een breder platform. Een voordeel is dat alle verblijfsruimten zich boven het waterniveau bevinden. Om meerdere bouwlagen te realiseren, is wel een aanzienlijke bouwhoogte nodig.

 

Drijvende gebouwen worden doorgaans geconstrueerd in een atelier. In tegenstelling tot een traditioneel gebouw is het bouwproces dus weersonafhankelijk. Eenmaal voltooid wordt het gebouw in zijn geheel naar de plaats van bestemming vervoerd.

 

Technieken

 

Net zoals een amfibisch gebouw speelt een drijvend gebouw in op het waterniveau. Voor de technieken gelden dan ook dezelfde aandachtspunten.

  • De elektrische bekabeling voor telefonie, tv en internet kunt u in het gebouw brengen met behulp van een flexibele kabel.
  • Elektriciteit, water en gas kunt u in een lus aanleggen met behulp van een flexibele kabel die u dan wel vorstvrij moet plaatsen.
  • Verwarmen met stookolie is mogelijk. U kunt de stookolietank bovengronds opstellen en met flexibele leidingen verbinden met het amfibisch gebouw. De tank moet hoog genoeg staan, zodat hij geen hinder ondervindt bij hoger waterstanden, of hij moet stevig verankerd zijn. U kunt de stookolietank ook in het betonnen drijflichaam plaatsen, indien dat laatste daarop is berekend. De stookolietank vormt in dat geval een extra gewicht dat, mits goed geplaatst, in drijvende toestand voor een extra stabilisatie van het gebouw kan zorgen.

 

Waterrobuuste maatregelen

 

Een amfibisch gebouw op zich voorkomt dat het gebouw hinder ondervindt in geval van een overstroming. Er zijn geen extra waterrobuuste maatregelen nodig.

 

Toepassingsgebied

 

Het drijvend gebouw heeft in Vlaanderen nog geen ingang gevonden. In Nederland werd het concept al meermaals toegepast. Drijvende gebouwen zijn ontwikkeld om op permanente wateroppervlakken te liggen. Ze bieden een hoog comfort, tenminste als problemen van scheefstand en beweging zijn opgelost. Omdat het concept uitgaat van water als ondergrond, zal het in Vlaanderen slechts een beperkte toepassing kennen.

l en m: Transport drijvend gebouw, r: Weersonafhankelijke constructie (Attika Architecten)

SWOT-analyse

 

S            

  • Het gaat om een dynamische vorm van bouwen.

  • Het maakt kwaliteitsvol wonen op het water mogelijk.

 

W          

  • De psychologische factor: de eigenaar bezit geen grond, maar een boot.

  • Wonen op het water houdt in dat het gebouw beweegt.

  • Uiteraard is er water als ondergrond nodig.

 

O           

  • De bouwvorm kan inspelen op de veranderende klimatologisch context/realiteit.

 

T            

  • Er zijn problemen mogelijk van scheefstand en beweging.

  • De ontsluiting van drijvende gebouwen bij een variërend waterpeil.

  • De ruimte voor parkeergelegenheid.

  • Uitloging op het water ten gevolge van een specifiek materiaalgebruik, met negatieve milieuconsequenties tot gevolg.

  • Het concept is alleen mogelijk op een natte ondergrond.