Waterbewust bouwen

11 zaken die je nog niet wist…

ir-arch. Julie Alboort • 13 december 2016

Hoe je moet omgaan met het huishoudelijk afvalwater van een project hangt af van zijn ligging volgens het zoneringsplan. NAV ontvangt regelmatig vragen van architecten over het zoneringsplan en de specifieke voorwaarden per zone. In dit artikel belichten we elf frequent gestelde vragen en antwoorden.

Een project kan volgens het zoneringsplan gelegen zijn in één de van volgende vier zones:

 

  • Centraal gebied: er is reeds geruime tijd riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering.
  • Collectief geoptimaliseerd buitengebied: er is recent riolering aangelegd en die is aangesloten op een waterzuivering.
  • Collectief te optimaliseren buitengebied: er is riolering gepland of er is riolering aanwezig maar die is nog niet aangesloten op een waterzuivering.
  • Individueel te optimaliseren buitengebied: er is geen riolering voorzien. Het afvalwater moet individueel gezuiverd worden met een IBA.

Vraag 1_wat als mijn project niet in een ingekleurde zone van het zoneringsplan ligt. Met welke voorwaarden moet ik dan rekening houden?       

    

Het is mogelijk dat een project niet ingekleurd is op het zoneringsplan, bijvoorbeeld wanneer het gelegen is in een nieuwe verkaveling. Voor gebouwen die nog niet werden opgenomen in het zoneringsplan gelden dezelfde voorwaarden als voor de gebouwen die gelegen zijn in het individueel te optimaliseren buitengebied, tenzij een rechtstreekse aansluiting op de bestaande riolering en zuivering mogelijk is. In dit laatste geval gelden de lozingsvoorwaarden die zijn vastgesteld voor het collectief geoptimaliseerde buitengebied en het centraal gebied.

 

 

Vraag 2_Zijn wij altijd verplicht om het huishoudelijk afvalwater van een project aan te sluiten op de openbare riolering indien er één aanwezig is?

 

Indien er een openbare riolering aanwezig is, dan is men verplicht om het huishoudelijke afvalwater er op aan te sluiten. De lozing van huishoudelijk afvalwater in een oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg (greppel, gracht, duiker...) voor hemelwater is verboden wanneer de openbare weg van openbare riolering is voorzien. Ook de indirecte lozing in grondwater van huishoudelijk afvalwater is verboden als de openbare weg  van openbare riolering is voorzien.

Enkel als men voor de rioolaansluiting over het terrein van derden moet en hiervoor geen toelating krijgt of als het project of de lozing op meer dan 250 meter afstand van de riolering gelegen is, is een uitzondering op de aansluitplicht op riool mogelijk. De noodzaak tot het oppompen van het huishoudelijk afvalwater is dus geen reden tot een uitzondering. Bij afwijking moet men onmiddellijk voldoen aan de voorwaarden die gelden in individueel te optimaliseren buitengebied (en dus een individuele zuivering plaatsen).

 

 

Vraag 3_Zijn wij altijd verplicht om de overloop van een IBA aan te sluiten op een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater ? Geldt dit ook voor een individuele voorbehandelingsinstallatie (septische put) wanneer geen openbare riolering aanwezig is?

 

Als er binnen een straal van 50 meter een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelnwater (KAH) aanwezig is, moet het effluent hierop aangesloten te worden. De indirecte lozing van huishoudelijk afvalwater in grondwater is verboden als het gezuiverde afvalwater in een oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater geloosd kan worden of als de openbare weg van riolering is voorzien.

In geval er geen oppervlaktewater of kunstmatige afvoerweg voor hemelwater in de buurt is moet men het gezuiverde afvalwater lozen via een besterfput die voldoet aan de bepalingen zoals beschreven onder vraag 4.

Kunstmatige afvoerweg voor hemelwater

Vraag 4_Indien er geen kunstmatige afvoerweg of oppervlaktewater aanwezig is, zijn wij verplicht om de overloop van de individuele voorbehandelingsinstallatie (in geval van collectief te optimaliseren buitengebied) of de IBA (in geval van individueel te optimaliseren buitengebied) aan te sluiten op een bezinkput. Welke voorwaarden worden opgelegd aan deze bezinkput? 

 

De indirecte lozing –indien toegelaten- moet gebeuren via een besterfput die aan de volgende voorwaarden voldoet:                                                                                                                                          

  • een maximale diepte van 10 meter onder het maaiveld;                    
  • zich bevinden op een afstand van ten minste 50 meter van het oppervlaktewater;                                       
  • zich bevinden op een afstand van ten minste 50 meter van elke open kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;       
  • zich bevinden op een afstand van ten minste 100 meter van een grondwaterwinning;
  • zich bevinden op een afstand van ten minste 100 meter van elke bron van drinkwater, thermaal water of mineraalwater;                                                                
  • geen overloop hebben;      
  • voorzien zijn van een gemakkelijk en veilig bereikbare opening die toelaat monsters te nemen van de materie die zich in de besterfput bevindt.  

 

Vraag 5_Als er binnen een straal van 50 meter een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater aanwezig is, moet het effluent van een IBA / individuele voorbehandelingsinstallatie hierop aangesloten worden. Mag men de overloop van de IBA / individuele voorbehandelingsinstallatie eerst samenbrengen met de overloop van de infiltratievoorziening van het hemelwater, alvorens aan te sluiten op het oppervlaktewater of de kunstmatige afvoerweg voor hemelwater?

 

De lozing van het effluent van een IBA / individuele voorbehandelingsinstallatie is gebonden aan enkele voorwaarden uit Vlarem II. Indien een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater in de buurt is moet het daarop aangesloten worden. Slechts als de beschreven afstandsregels het toelaten kan men gaan lozen via een besterfput. Een van de voorwaarden waaraan dergelijke besterfput moet voldoen is: geen overloop hebben. De infiltratievoorziening heeft wel degelijk een overloop. Bovendien moet conform de gewestelijk stedenbouwkundige verordening het hemelwater ook minstens tot aan het lozingspunt gescheiden zijn van het afvalwater.

Het is dus niet toegelaten om het effluent van een IBA / individuele voorbehandelingsinstallatie in deze situatie op een infiltratievoorziening voor hemelwater te lozen. Een aparte afvoer naar het oppervlaktewater of de kunstmatige afvoerweg voor hemelwater is hier de beste oplossing.

 

Vraag 6_Betreft een project van een woning in individueel te optimaliseren buitengebied. Er is geen  oppervlaktewater of kunstmatige afvoerweg voor hemelwater in een straal van 50m aanwezig. Conform Vlarem II zijn wij daarom verplicht om de overloop van de IBA aan te sluiten op een bezinkput. Mag dit dezelfde bezinkput / infiltratievoorziening zijn waarop wij het regenwater laten aansluiten?

 

Ja, wettelijk gezien kan dit mits de bezinkput voldoet aan de voorwaarden, die zijn opgelijst onder vraag 4.

Hou er wel rekening mee dat één van de voorwaarden waaraan de bezinkput voor afvalwater moet voldoen, is dat er geen overloop voorzien mag worden. Een overstort (overloop) op het eigen terrein is dus niet toegelaten. Bij een infiltratievoorziening voor hemelwater is het echter wel een aanbeveling om steeds een overloop te voorzien, zodat het hemelwater in geval van een wolkbreuk of langdurige periodes steeds gecontroleerd kan 'overstromen'. Het is in die zin zeker geen aanbeveling om het hemelwater en afvalwater op eenzelfde voorziening aan te sluiten.

Overloop van een IBA

Vraag 7_Betreft een project van een woning in individueel te optimaliseren buitengebied. Er is geen  oppervlaktewater of kunstmatige afvoerweg voor hemelwater in de buurt aanwezig. Conform Vlarem II zijn wij daarom verplicht om de overloop van de IBA aan te sluiten op een besterfput. Hoe moeten wij deze besterfput dimensioneren?

 

Er bestaan hier geen dimensioneringsregels voor. Als eenvoudige benadering zou men uit kunnen gaan van het volgende: voor het aandeel hemelwater –in geval het hemelwater op dezelfde voorziening wordt aangesloten als de overloop van de IBA- kan men gebruik maken van de rekenregels van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening ‘hemelwater’;

voor het effluent van de IBA lijkt een gebruik van 100 l/dag/persoon een juiste inschatting. In die zin kan men voor het effluent van het afvalwater van een gezinswoning dus best rekening houden met minstens 400 l/dag om te infiltreren. De infiltratieoppervlakte en het volume voor het aandeel van het effluent zullen dan afhangen van de infiltratiecapaciteit van de bodem. Men kan best nog wat reserve inbouwen met betrekking tot het opvangvolume.

Voorbehandelingsinstallatie

Vraag 8_Betreft een verbouwingsproject van een woning in individueel te optimaliseren buitengebied. Zijn wij verplicht om te voldoen aan de voorwaarden van het zoneringsplan?

 

Vlarem II stelt duidelijk dat in het individueel te optimaliseren buitengebied ‘de inrichtingen waarvoor een stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen of herbouwen van een gebouw na de vaststelling van het definitief zoneringsplan, onmiddellijk moeten voldoen aan de bepalingen (en dus onmiddellijk een IBA moeten plaatsen). Dit geldt dus niet enkel voor nieuwbouwprojecten maar ook voor projecten waarbij een stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor een verbouwing waarbij de lozingssituatie wordt gewijzigd.

Voor de inrichtingen waarvoor een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen of herbouwen van een gebouw werd verleend vóór de vaststelling van het definitief zoneringsplan wordt de timing voor het bouwen van een IBA bepaald in het gebiedsdekkend uitvoeringsplan. Je kan dit raadplegen via een geoloket :op  www.vmm.be/data/zonering-en-uitvoeringsplan

 

Vraag 9_Betreft een project van een woning in individueel te optimaliseren gebied. Wij zijn daarom verplicht om een IBA te plaatsen. Mogen wij de regenwaterafvoeren (RWA) van het project aansluiten op de IBA?

 

Nee, omwille van de bacteriële werking mag hemelwater nooit aangesloten worden op een IBA.

 

Vraag 10_Betreft een project van een woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In afwachting van de aanleg van de openbare riolering zijn wij verplicht om zowel het grijs als het zwart water ervan aan te sluiten op een individuele voorbehandelingsinstallatie (septische put). Onze voorkeur gaat uiteraard uit naar het gebruik van biologisch afbreekbare producten, maar mogen (kleine hoeveelheden) onschadelijke huishoudelijke, niet of slecht biologisch afbreekbare producten in de septische put geloosd worden? Of is men sowieso verplicht gebruik te maken van biologisch afbreekbare producten?

 

Een septische put heeft tot doel om vetstoffen, drijvende en bezinkbare stoffen te verwijderen. Een septische put heeft in meer of mindere mate wel een biologische werking, maar is in de eerste plaats een voorbehandeling. Grijs water heeft op die werking geen negatieve invloed, mits een voldoende groot volume voorzien wordt. Bepaalde producten zullen uiteraard een invloed hebben op de biologische werking en daarom wordt sowieso aanbevolen om doordacht om te gaan met onderhoudsproducten (zowel naar type als naar hoeveelheid). Het wordt evenwel niet verplicht om uitsluitend biologisch afbreekbare producten te gebruiken.

Bij een IBA moet men daar wel iets strenger in zijn aangezien er snel een effect kan optreden op de biologische werking (die hier wel het hoofddoel is).

 

Vraag 11_Betreft een project in collectief te optimaliseren buitengebied. In afwachting van de aanleg van de openbare riolering zijn wij verplicht om zowel het grijs als het zwart water aan te sluiten op een individuele voorbehandelingsinstallatie (septische put). Ik ben  als architect geen voorstander van het aansluiten van zowel grijs als zwart water op eenzelfde individuele voorbehandelingsinstallatie. Kan het een oplossing zijn om twee voorbehandelingsputten naast elkaar te voorzien, één voor zwart water en één voor grijs water?

 

Twee voorbehandelingsputten (septische putten) parallel of in serie schakelen kan in principe, maar brengt uiteraard een extra investering mee. Hou er ook rekening mee dat afhankelijk van de afwateringssituatie of van de aard van de toegepaste zuiveringstechnologie de voorbehandelingsinstallatie –wanneer de openbare riolering wordt aangelegd en aangesloten op een operationele RWZI- dient te worden kortgesloten.

Het plaatsen van twee afzonderlijke voorbehandelingsputten lijkt enkel aangewezen indien men vertrekt van een bestaande situatie. In het geval van een nieuwbouwproject lijkt het logischer om slechts één put te plaatsen.

Nuttige links
Geoloket 'zonerings- en uitvoeringsplan' op website VMM

Je kan het zoneringsplan raadplegen via het Geoloket 'zonerings- en uitvoeringsplan' op de website van VMM.