Nieuws

Televisieserie zorgt voor parlementaire vragen over kustbescherming

16 december 2016

De nieuwe televisieserie ‘Als de dijken breken’ zorgde vorige week in het Vlaamse parlement voor enkele vragen aan Vlaams minister van Openbare Werken Ben Weyts (NV-A). Volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem (Open Vld) wilde weten hoever de werk-zaamheden gevorderd zijn voor de bescherming van onze kuststreek tegen een mogelijke superstorm.

Die beschermingsmaatre­ge­len be­staan uit twee hoofdonderdelen. Voor het binnenland is er het Sigmaplan dat een jaar na de overstroming in Ruisbroek (1976) is goedgekeurd en dat vooral inzet op de versterking en de beveiliging van het hele Scheldebekken en van de zijrivieren van de Schelde. Daar­naast is er het Masterplan Kustveiligheid.

“Wat het Sigmaplan betreft heb­ben we ondertus­sen al 400 mil­joen € gespen­deerd aan het versterken, verbreden en vernieuwen van dijken. Het plan om­vat de aanpak van 650 km dijken in het Scheldebekken. Daarvan is reeds 540 km gerealiseerd. Daar moet dus nog aan wor­den voortgewerkt, maar er is al heel veel geïnvesteerd. Vorig jaar werd in Kruibeke een gecontro­leerd overstromingsge­bied van 600 ha geopend”, ver­klaart Ben Weyts.

“Sinds de start in 2011 van de laatste fase zijn die gecontroleerde overstromingsgebie­den al 46 keer in werking gesteld. Dat wil zeggen dat onze investe­ringen ons in die korte periode reeds 46 keer heb­ben behoed voor wateroverlast, van welke omvang ook. Het zijn investe­ringen die figuurlijk en soms ook let­ter­lijk on­der de waterlijn gebeuren, maar ze zijn dus absoluut nodig”, aldus de minister.

“Het tweede luik is het Masterplan Kustveiligheid. Het betreft de versterking van de Vlaam­se kust. Van de 68 km kust­lijn bestaat een derde uit zwakke plekken. Daar­naast zijn er de kustha­vens en vooral de kleinere jachtha­vens die gevoelig zijn voor overstromingen. Er werd reeds 100 mil­joen € geïnvesteerd van een vastgelegd totaalbedrag van 300 mil­joen €. Op dit moment investe­ren we 60 mil­joen €. We nemen zo­wel zachte als harde maatregelen”, zegt Weyts.

 

Zand

De zachte maatre­ge­len omvatten on­der meer zandsuppleties, het proces waar­bij zand wordt opgespoten om be­staande stranden te verbreden of er nieu­we aan te leggen of om de gehele kust (ook on­der water) van extra zand te voorzien. Sinds 2011 werd reeds 6 mil­joen m³ zand opgespoten ter versterking en verbre­ding van de stranden. Daardoor ontstaat een eerste obstakel dat de golfslag moet breken.

Bij de harde maatre­ge­len horen pro­jec­ten zo­als de bescherming van de haven van Blanken­berge met de bouw van ho­gere stormmuren. Wat de toegang tot de haven van Nieuw­poort betreft, wordt te­gen 2019 een storm­vloedkering gebouwd. Nieuw­poort en zijn hinterland zijn niet voor­zien op de hoge water­standen die met zware stormen gepaard gaan. De havenin­gang vormt een belang­rijke zwakke schakel in onze kustlijn. Een storm­vloedkering op de monding van de IJzer is nodig om Nieuw­poort en de gemeenten en steden langs deze stroom te beschermen. De op­drachtge­ver voor het stormvloedkeringspro­ject is het Agentschap Maritieme Dienstverle­ning en Kust - afdeling Kust.

Het doel van de storm­vloedkering is de havengeul af te sluiten van de zee en dus hoge water­standen in de haven en naar het hinterland te voorkomen. De storm­vloedkering is een be­weegbare installatie aan de monding van de IJzer. Wanneer het waterpeil drastisch dreigt te stijgen, zal men de kering kun­nen sluiten. Het ont­werp van de storm­vloedkering is het resultaat van grondige studies. Daar­bij werd de meest econo­mische oplossing nagestreefd, maar is ook reke­ning ge­hou­den met een veilige scheepvaart, zo­wel tij­dens als na de bouw.

De kering zal be­staan uit twee land­hoofden op de oe­vers en een buisvor­mige schuif met een doorvaarbreedte van 38 m. De be­weegbare stalen kering roteert om een horizontale as en ligt in een betonnen drempel op de bodem van de IJzer. De kering roteert tus­sen twee gietstalen assen die elk verankerd zijn in een betonnen landhoofd. Vanaf een voorspeld waterpeil van +6 m TAW (Tweede Algemene Waterpassing) of de referentiehoogte waartegenover hoogte­metingen in België wor­den uitgedrukt, wordt de kering 90 graden geroteerd. Voor on­der­houd kan de kering naar 180 graden draaien. Het bedieningsge­bouw voor het aansturen van de kering wordt op het landhoofd op de rechteroever geïntegreerd.

 

Geen strekdam

De stroming en de sedimentatie zijn in model gebracht en de nautische haal­baarheid werd onderzocht en afgetoetst met deskundigen. Artes Depret zorgde reeds in 2013 voor een testopstelling door het heien van een aantal palen om de havengeul te versmallen en zo het effect van de vernauwde toegang na te gaan. Volgens een stu­die van het Water­bouwkundig Labora­torium is de bouw van een storm­vloedkering echter niet de ideale oplossing. Ook professor Georges Allaert, emeritus-professor Ruim­telij­ke Planning en Stedenbouw (UGent), keurt de plannen af en stelt een strek­dam voor. Die hoeft volgens hem niet duurder te zijn dan de geplande stormvloedkering. De kering zou volgens een raming 50 mil­joen € gaan kosten.

 

Volgens het Water­bouwkundig Laboratorium zou bij een storm­vloedkering de stroming te groot worden, waardoor zeilsche­pen moeilijk de haven binnen kunnen. Wellicht ontstaan ook opstoppingen omdat ver­wacht wordt dat de beroeps- en recreatievaart in Nieuw­poort zal toenemen. Op het kabinet van Ben Weyts wordt die stelling tegengesproken. Het Water­bouwkundig Labora­torium maakte volgens hen ge­bruik van vrij ruwe cijfers.

Een gespecialiseerd bureau heeft com­plexere modellen gebruikt en onderzoek ter plaatse gedaan met een proefopstelling. Er is overigens wel degelijk reke­ning ge­hou­den met de studie. Zo werd de doorvaarbreedte aangepast. Het al­ternatief van een strek­dam in Nieuw­poort is volgens het kabinet Weyts jaren geleden al onderzocht en verworpen. Een strek­dam zal immers niet beletten dat de erg laag geleden kades overstro­men bij stormweer. Vlaan­de­ren zet de bouw dus door op basis van deze tweede studie.

 

Vlaan­de­ren werkt ook voort aan het pro­ject Vlaam­se Baaien. Twee techni­sche werkgroe­pen en een politieke werk­groep on­der leiding van de West-Vlaam­se gouverneur Carl Decaluwé bekijken momenteel de moge­lijkhe­den van een proefeiland van beperkte omvang voor de kust van Knokke. Dat heeft ook te maken met de haven van Zeebrugge die ernaast ligt en mogelijke toekomstige ontwikkelingen van dat gebied.

Door de uitbreiding van de lng-termi­nal aan de haven van Zeebrugge zou het ster­neneiland moe­ten verdwijnen. Dat zou mogelijk een functie kun­nen zijn voor het nieu­we proefeiland. Het ster­neneiland is een kunstmatig aange­legd schiereiland in de oostelijke voorha­ven van Zeebrugge. De bedoe­ling hier­van was be­paal­de vogelsoorten een be­schermde zone te ge­ven waar ze in alle rust kun­nen broeden. Door het opspui­ten van zand creëerde men in 1997 een 5 ha groot eiland, dat ondertus­sen al is uitgebreid tot 22 ha.

Bronnen
  • Bouwkroniek