Ontwerp private riolering

Waar naartoe met mijn terrasafvoer?

Ir.-Arch. Julie Alboort • 17 juni 2016

De gescheiden afvoer van hemelwater (RWA) en afvalwater (DWA) en de recuperatie en infiltratie van hemelwater vormen belangrijke uitgangspunten van een duurzaam en efficiënt waterbeheer. Over het hoe en het waarom van een gescheiden afvoer is al overvloedig geschreven.

In de praktijk blijkt het ontwerp van een gescheiden rioleringsstelsel niet altijd eenvoudig. Zo heerst er onder architecten geregeld twijfel over welke afvoeren aangesloten moeten worden op het tracé van het hemelwater en welke op het tracé van het afvalwater. De afvoer van terrassen is zo’n discussiepunt. Terrassen krijgen hoofdzakelijk hemelwater te verwerken, maar ze worden ook wel eens schoongemaakt. Moet je ze dan aansluiten op het RWA- of op het DWA-tracé?

Gescheiden afvoer?

 

In Vlaanderen ben je verplicht om een gescheiden aanleg van DWA en RWA te voorzien bij een nieuwbouw of een grondige verbouwing, die onder de gewestelijke stedenbouwkundige verordening valt. Voor bestaande gebouwen geldt deze verplichting in de meeste gevallen ook bij de aanleg van een gescheiden openbare riolering in de straat. De verordening eist bovendien dat een systeem voor hemelwaterrecuperatie wordt aangelegd en dat het hemelwater zoveel mogelijk wordt geïnfiltreerd.

 

Als je als aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning een afvoer van hemelwater dient aan te leggen, dan ben je verplicht het overtollige hemelwater tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater. Het lozen van hemelwater op de openbare gemengde riolering kan enkel bij afwezigheid van een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een oppervlaktewater (beek, gracht…), waarop je gemakkelijk kan aansluiten.

 

Als er nog geen gescheiden stelsel op het openbaar domein is aangelegd, dan ben je nog steeds verplicht om op eigen terrein de scheiding door te voeren tot aan de wachtaansluitingen aan de perceelsgrens. Achter deze aansluitputjes komen beide waterstromen tijdelijk samen. Als er achteraf een gescheiden stelsel in de straat aangelegd wordt, kan je zonder bijkomende kosten gescheiden aansluiten op het openbaar rioleringsnet.


Vertraagde afvoer van RWA

 

Eén van de basisideeën achter de gescheiden aanleg van RWA en DWA is de vertraagde afvoer van hemelwater. De klemtoon bij het ontwerp van het RWA-tracé ligt in eerste instantie op het vermijden van de aanleg van een afvoer voor hemelwater. Dit is mogelijk door het nemen van bronmaatregelen, zoals het beperken van de verharde oppervlakte, het gebruiken van waterdoorlatende verharding, het rechtstreeks in de tuin laten infiltreren van hemelwater… Door het toepassen van bronmaatregelen hou je het hemelwater ter plaatse, zodat het stroomafwaarts niet voor wateroverlast kan zorgen en het lokaal de grondwatertafel kan aanvullen.

 

Het hemelwater, dat op dakoppervlakken valt, dien je op te vangen in een hemelwaterput. Dit water kan gerecupereerd worden voor huishoudelijk gebruik (toilet, wc, wasmachine…). De overloop van de put sluit je aan op een infiltratievoorziening, die het overtollige hemelwater op natuurlijke wijze infiltreert op eigen terrein. Wanneer infiltratie moeilijk of onmogelijk is door een ondoorlatende bodem of door een zeer hoge grondwa¬terstand, kan je een buffer inbouwen met een systeem voor vertraagde lozing. Pas in laatste instantie mag je de overloop van de hemelwaterput rechtstreeks aansluiten op de openbare riolering in de straat.

 

Het water dat afvloeit van groendaken en van verharde terreinoppervlakken, zoals opritten, dien je af te koppelen van het DWA- tracé maar sluit je best niet aan op de hemelwaterput. Dat hemelwater sluit je –samen met de overloop van de put- aan op een infiltratievoorziening met eventueel een gepaste voorbehandeling. Als infiltratie niet mogelijk is, kan je een buffervoorziening plaatsen met vertraagde afvoer. 

 

Hoe zit het nu met de afvoer van terrassen?

 

Dezelfde redenering dient te worden gevolgd als de afvoer van verharde terreinoppervlakken en groendaken: hemelwater dien je altijd aan te sluiten op het RWA- tracé, maar niet altijd op de hemelwaterput. De afvoer van terrassen krijgt hoofdzakelijk hemelwater te verwerken. Aangezien terrassen soms worden schoongemaakt, sluit je de afvoer ervan beter niet aan op de hemelwaterput, maar op de overloop van de put of op een infiltratievoorziening. Je kan het hemelwater ook rechtstreeks laten aflopen in een bovengrondse infiltratiestrook. In de meeste gevallen blijft de vervuiling van hemelwater afkomstig van een terras zodanig beperkt, dat je kan uitgaan van het zelfreinigende vermogen van het milieu waarin het terecht komt.

 

In specifieke gevallen, waar de afvoer van een terras hoofdzakelijk voor afvalwater (schoonmaakwater) gebruikt wordt, eerder dan de afvoer van hemelwater, kan je opteren om de afvoer aan te sluiten op het DWA-tracé. Het betreft bijvoorbeeld een rooster aan een buitendeur met minimale afstroming van hemelwater of een rooster van een overdekt en afgeschermd terras.

Principe van hemelwaterhuishouding

Pragmatische regel

 

Volgende pragmatische regel kan je hanteren bij de afvoer van terrassen (of andere verhardingen): De afvoer van een terras dien je aan te sluiten op het RWA-tracé, tenzij deze hoofdzakelijk kuiswater te verwerken krijgt. De voorkeur gaat echter steeds uit naar het op natuurlijke wijze laten infiltreren van het hemelwater in de ondergrond (bv. in een onverharde haagstrook naast het terras of via spuwers aan de gevel van een appartementsgebouw). Bij twijfel kun je altijd navraag doen bij de lokale rioolbeheerder.

 

In elk geval dien je met reinigings- en onderhoudsmiddelen en pesticiden omzichtig om te springen, vooral als deze met het hemelwater afgevoerd worden. Je geeft best de voorkeur aan het gebruik van biologisch afbreekbare producten.