Klimaatverandering en watermanagement

Het waterplein van de Urbanisten

Staf Bellens, journalist CD Media Productions • 20 maart 2017

Ruim drie jaar geleden werd het Rotterdamse Benthemplein omgevormd tot het eerste waterplein ter wereld, een plek waar publieke gebruikswaarde en opvang van regenwater bij felle hoosbuien hand in hand gaan. Het project kadert in het Rotterdam Climate Initiative, een programma om de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en een duurzame havenstad te bewerkstelligen. We spraken met Dirk van Peijpe van De Urbanisten, het Rotterdamse bureau voor stedenbouw dat het waterplein realiseerde, over de inhoud, aanpak, historiek, ruimere context en de nasleep van het project, dat De Urbanisten onder meer naar Mexico-City en Gent voerde.

De problematiek in het stadsdeel waar het Benthemplein zich bevindt, klinkt bekend in de oren. Bij felle regenbuien volstaat het debiet van het gemengde rioolwaterstelsel niet om de massale hoeveelheid regenwater af te voeren. Het water komt terug uit de kolken, wat op de diepste plekken in de buurt voor overlast zorgt, en er is een overstort naar het oppervlaktewater van de singels, waar het waterpeil snel stijgt en de bewoners plots uitwerpselen langs hun deur zien drijven. Dirk van Peijpe: “De kunst bestaat erin capaciteit aan het systeem toe te voegen aan het begin van de cyclus. Dat doen we met het waterplein, waar het regenwater tijdelijk wordt opgevangen en niet naar de riolering gaat. Via infiltratie ter plekke of via een vertraagde afvoer naar de Noordsingel komt het regenwater terug in de stad.”

De opvangcapaciteit van het waterplein bedraagt 1700 m³ en is gebaseerd op berekeningen van de gemeentehydrologen. Het systeem omvat drie reservoirs die elk hun eigen verzorgingsgebied hebben. De twee kleinere bassins liggen boven het grondwaterpeil. Met de zwaartekracht ontvangen zij water van de omliggende straten en daken via watergoten in roestvrij staal. Dat water doen ze weer afvloeien naar een infiltratievoorziening, een krattensysteem onder de trottoirs, dat toegankelijk is voor onderhoud. Het grote bassin reikt tot onder het grondwaterpeil, krijgt water uit de bredere omgeving en watert af naar een kelder, waar het overtollige water wordt weggepompt naar de Noordsingel. Dirk van Peijpe: “Als allereerste waterplein was het eigenlijk een erg complexe onderneming, want er zit een hele infrastructuur aan kleppen en pompen onder de grond. Een voordeel is natuurlijk dat je de capaciteit van het plein kan weglaten uit het rioleringsysteem.”

 

 

De Urbanisten: lb- basin 1; rb- basin 2; lo- bassin 3; ro- activiteiten

In eerste instantie een gebruiksplein

 

Het Benthemplein louter als een waterplein omschrijven, doet in feite afbreuk aan het ontwerp van De Urbanisten. De bassins zijn immers functioneel ingevuld als sportinfrastructuur, theaterplek, zit- en hangruimte. Dirk van Peijpe: “In circa 90% van de tijd staat het plein droog; slechts in 10% vervult het zijn taak van tijdelijke wateropslagplaats. Dat betekent dat je het een meerwaarde moet geven voor de gebruikers en dat er bij hen een draagvlak moet bestaan. Een pilootstudie voor een ander plein, aangewezen door de gemeente, strandde op dat draagvlak. Het plein in kwestie was drie jaar eerder door de bewoners zelf heraangelegd met steun van de gemeente, en werkte perfect. De omwonenden vonden de idee van een waterplein best leuk, maar begrepen absoluut niet waarom hun prima functionerende plein daarvoor op de schop zou moeten.”

Het risico dat dit scenario zich zou herhalen voor het Benthemplein, was quasi onbestaande. “Het plein was niet veel meer dan een stenen vlakte, omringd door een heel groot scholencomplex, een modernistische sportinfrastructuur met op elkaar gestapelde hallen, een jeugdtheater en op het plein zelf een kleine kerk. Voldoende potentiële gebruikers dus om een ontwerper te prikkelen, zeker omdat de bewoners net om de hoek een dergelijke plek ook wel wilden benutten. In 2012 zijn we een intensief ontwerpproces opgestart dat we via drie workshops heel open en actief hebben gedeeld met de toekomstige gebruikers. Liever dan op het einde van het ontwerpproces een voorstel neer te leggen, hebben we meteen een coalition of the willing gevormd. Alleen wie er zin in had, deed mee. Voor de eerste workshop hadden we diverse kaarten gemaakt, geënt op de mogelijke activiteiten, de sfeer en de manier waarop het water zich manifesteert. Per doelgroep konden ze daaruit in gezamenlijk overleg een keuze maken die ze dan een plek moesten geven op de beperkte ruimte van het plein. In de tweede sessie legden we drie mogelijke invullingen voor, waar iedereen individueel kon uit kiezen. Zodra de drie groepen gevormd waren, moesten ze onderling de argumenten pro en contra bespreken en elkaar zo trachten te overtuigen. Tot slot hebben we een maquette voorgelegd en gepeild naar mogelijke lacunes en toevoegingen. Pas daarna zijn we overgegaan tot het definitief ontwerp en het bestek.”

Van bij de prille start stonden veiligheid en hygiëne hoog op de agenda, onder andere via de intensieve betrokkenheid van de gemeentelijke gezondheidsdienst. “Het verdrinkingsrisico was niet echt aan de orde, omdat er weinig kleine kinderen in de omgeving wonen. De gebruikers zijn vooral volwassenen en tieners. Wat de hygiëne betreft, hadden we het voordeel dat er geen park in de omgeving was en we dus minder rekening moesten houden met hondendrollen. Van op de daken komt er natuurlijk wel vogelpoep mee gespoeld, maar gezien de sterke verdunning en het feit dat de eerste lading water, die het meest is vervuild, via een flush naar de riolering wordt afgevoerd, bleef het een te accepteren risico.”

Jeroen Musch

Pallash & Azarfane

Re-integratie van verschillende vakdisciplines

 

Al bij al duurde het ruim zeven jaar voor het prille concept van een waterplein werd vertaald in een concreet resultaat. De aanzet dateert van de tweede Internationale Architectuurbiënnale Rotterdam in 2005, die plaatsvond onder de titel ‘De Zondvloed’ en waar water als vormgevend element voor de stad en als actuele uitdaging een pertinent thema vormde. Op vraag van de gemeente Rotterdam werd toen een visie op water in de stad ontwikkeld, met onder andere de vraag hoe de deltastad de toevloed aan water door de klimaatverandering zou kunnen opvangen, en welke kansen dat bood als het niet louter als een probleem werd benaderd. Dirk van Peijpe: “Mijn huidige compagnon en medeoprichter van De Urbanisten, Florian Boer, heeft daarvoor met zijn toenmalige bureau SCAPE en enkele partners ontwerpend onderzoek uitgevoerd, waaruit onder andere de idee van een waterplein voortsproot. Het ging niet alleen om een compleet innovatief concept, maar het zette ook in op een re-integratie van vakdisciplines die op dat ogenblik allemaal los van elkaar actief waren op het publiek domein, elk met zijn eigen financiering en eigen planning. Riolering, stadsverfraaiing, wegenonderhoud, landschapsarchitectuur: ze werden door waterdichte schotten van elkaar gescheiden. Terwijl je net meer kon doen met hetzelfde budget als je die zaken samenbracht en zowel ondergronds als bovengronds ingreep. Die hokjesbenadering was een van de oorzaken waarom het allemaal zo lang heeft geduurd. Een stroomversnelling betekende het Waterplan 2, opgemaakt op initiatief van de gemeente en de drie waterschappen die in Rotterdam actief zijn. Daarin stond een hele reeks maatregelen, onder andere een waterplein, met ruimte voor de financiering. Men wou toen snel een waterplein maken, en na een eerste gestrande poging op een plein dat qua waterhuishouding wel geschikt was maar waar, zoals ik daarstraks al zei, geen draagvlak was bij de omwonenden, kwam het Benthemplein in het vizier. Dat kreeg tijdens de realisatie al internationale weerklank. Intussen hebben we een tweede waterplein gemaakt in Tiel, zijn er gesprekken over een plein in Oudenbosch, willen we een klimaatplein maken nabij de Brugse Poort in Gent en is het ontwerp klaar voor een waterstraat in Kopenhagen, waar men via in totaal een 300-tal projecten de stad resistent wil maken tegen hoosbuien tot 100 mm.”

De Urbanisten: planzicht

De visie van De Urbanisten

Polytechnische stedenbouw

 

De Urbanisten werd in 2009 opgericht door Dirk van Peijpe en Florian Boer. Dirk volgde een opleiding stedenbouw aan de Academie voor Bouwkunst in Rotterdam, werkte daar lange tijd bij de dienst stadsontwikkeling en vervoegde later het ontwerpbureau VHP. Florian studeerde af als omgevingstechnoloog aan de TU Eindhoven, runde lange tijd een eigen bureau en belandde op zeker ogenblik ook bij VHP. Toen dat laatste werd overgenomen door Royal Haskoning, besloten ze onder eigen vlag te gaan varen.

De heel on-Nederlandse naam van hun bureau, een knipoogje ook naar de Vlaamse term, zien ze vooral als een hint naar een soort beweging. Vandaag is het bureau ondergebracht op een coöperatief platform in een voormalig logistiek gebouw in de haven van Rotterdam-West, met als buren onder andere kunstenaar Joep Van Lieshout en de Dream Factory van Daan Roosegaarde.

Dirk van Peijpe: “Ons bureau buigt zich over de vraag hoe we de stedelijke systemen die een stad vormgeven, zoals water, energie, transport en mobiliteit, weer een plek kunnen geven in de ruimtelijke inrichting. Dat omschrijven we als polytechnische stedenbouw, wat lijnrecht staat tegenover de uit het functionalisme voortgekomen opdeling van al die functies, die ironisch genoeg niet functioneert. Ons werk stolt meestal in het publieke domein, op straten en pleinen.”

“In 2013-2014 hebben we voor de stad Rotterdam een strategie voor klimaatadaptatie gemaakt, die uitstippelt hoe we om kunnen gaan met extreme neerslag, hitte, droogte en een stijging van de zeespiegel. Strategieën en plannen van klimaatadaptatie en mitigatie blijven voor ons te vaak beperkt tot een toolbox. Je krijgt een soort matrix van dit is het probleem, bijvoorbeeld het stedelijk hitte-eilandeffect, en dit zijn de mogelijke oplossingen, zeg maar meer bomen en ander groen. Wij hanteren als uitgangspunt dat de opgaven niet overal in de stad dezelfde zijn. Om een succesvolle strategie te kunnen ontwikkelen, moet je nagaan waar bepaalde problemen zich voordoen, daar een grondige analyse van maken en dan een samenhangend pakket van maatregelen formuleren, geënt op wat je wil bereiken.”

 

Mexico en Gent

 

“Voor Mexico-City, een stad met 21 miljoen inwoners, hebben we in samenwerking met Deltares en ondersteund door de Nederlandse ambassade de studie ‘Watersensitive Mexico-City’ gemaakt. Daarvoor hebben we een omvattende landschapsstrategie opgesteld waarbij de bodem, topografie en verstedelijking bijeen worden gebracht om problemen van kortstondige wateroverlast en langdurige droogte te bestrijden met een watersensitief ontwerp van de openbare ruimte.  Vertrekkend vanuit landschappen en systemen propageren we daar de idee van de stad als een spons, die water op een duurzame manier kan vasthouden en weer vrijgeven. De strategie is als ambitie en instrument voor herinrichting van de openbare ruimte vastgelegd met de Autoriteit Publieke Ruimte van de stad, de AEP of Autoridad Espacio Publico.”

Een heel ander verhaal is de visie op water in de stad die De Urbanisten, in samenwerking met de Belgische groep Omgeving, ontwikkelden voor Gent. “Naast klimaatverandering, klimaatadaptatie en ecologie peilt de studie ook naar de toekomst van de Gentse wateren. Dat mondt uit in vijf grote ambities. De eerste is ruimte voor water in de stad, bijvoorbeeld door ondergrondse verbindingen weer open te leggen of door bestaande waterpartijen uit te breiden. De tweede is het vergroenen van de oevers met de bijhorende mogelijkheden qua biodiversiteit en recreatie. Door de kanalisering van de Leie en van het natuurlijke deel van de Schelde is er immers weinig groen overgebleven. Een derde thema is transport op het water, met spelregels wie waar wel of niet mag varen en aanleggen, en aandacht voor lacunes zoals watertaxi’s of de levering van goederen in de binnenstad. Vier en vijf zijn dan respectievelijk de waterkwaliteit en de stad als spons, wat vooral over wijken, pleinen en plekken gaat. Daarmee bevat de visienota voldoende elementen waarmee de stad, na goedkeuring, meteen aan de slag kan.”