Regenwater

De KWS-afscheider: kwaliteitshandhaver van afvoerwater

Roy Boeren • 5 april 2017

De KWS-afscheider speelt een significante rol in het handhaven van de kwaliteit van afvoerwaters en het vermijden van verontreiniging. De KWS-afscheider verhindert en vermindert de hoeveelheid koolwaterstoffen in oppervlaktewaters en riolering. Oppervlaktevervuiling door olie op oppervlaktewaters is immers schadelijk voor de typische onderwaterfauna van die oppervlaktewaters. Olievervuiling in de riolering is dan weer nefast voor de benedenstroomse waterzuivering. De biologische verwerking van het afvalwater door aërobe (zuurstofminnend) bacteriën dulden immers geen olielaag op het water. Ze hebben zuurstof nodig om te kunnen functioneren en het afvalwater biologisch te kunnen behandelen.

De afscheider vormt aldus een belangrijke buffer tussen enerzijds de opvang van regenwater op plaatsen waar er kans bestaat op vermenging met koolwaterstoffen (KWS) en anderzijds de afvoer van dat regenwater richting riool- of oppervlaktewater. Concrete voorbeelden van plaatsen waar er een risico bestaat op vermenging van regenwater met KWS zijn: parkings, benzinestations, wegencomplexen, opslag van schroot, wasplaatsen voor rijdend materieel, ….

De KWS-afscheider bevindt zich nagenoeg altijd ondergronds en dient te voldoen aan de Europese ontwerpnormen en -eisen vervat in NBN-EN 858-1 en -2. Er bestaan heel wat diverse uitvoeringen: er is ruime keuze op het gebied van materiaal (kunststof, beton of metaal), volume-debiet, opbouw/indeling, filtersysteem, afsluiters, ….

Werkingsprincipe van de KWS-afscheider met als voornaamste functie: olie afscheiden

De KWS-afscheider werkt volgens een eenvoudig principe. Het influent, regenwater al dan niet vermengd met gelekte of gemorste KWS, komt de afscheider binnen via de inlaat. Dat is doorgaans de hoogst gelegen buis.  

       

De grotere KWS-partikels worden van het water gescheiden door middel van gravitatie. De kleinere (emulgeerde) partikels worden gescheiden door een coalescentie-filter. Dit is een filter, waarbij olie in wateremulsies (de fijne druppeltjes olie in de waterfase) wordt geconcentreerd tot grotere volumes. Deze kunnen zich op hun beurt door gravitatie afscheiden van het water. Het plaatsen van een bijkomende coalescentiefilter is noodzakelijk om de algemene norm van 5 mg/l voor perchloorethyleenextraheerbare apolaire stoffen bij lozing op OW te halen.

Het effluent, regenwater afgescheiden van de olie, verlaat de afscheider via de uitlaat. Dit is dan de laagst gelegen buis.

 

Tussen de inlaat en de uitlaat bevinden zich naast een coalescentie-filter ook een slibvang en een afsluiter. Deze laatste is een vlotter-systeem, dat mee beweegt met de positie van de scheidingslaag (interface) tussen water en olie. Het is een mechanische beveiliging die de KWS-afscheider afsluit in geval de maximale olie opslagcapaciteit van de olie-afscheider bereikt is.

De olie opslagcapaciteit wordt bepaald door de positie van de uitlaat in combinatie met de afsluiter.

 

NBN-EN 858-1 en-2: de handleiding tot een goed werkend systeem

 

Om te komen tot een goed werkende KWS-afscheider dient deze goed gedimensioneerd en correct geïnstalleerd te zijn. Ook dient de afscheider voorzien te zijn van de nodige accessoires voor onderhoud en opvolging, bv. toegangen voor inspectie, ruiming of staal-name, een alarmsysteem enz.

 

Dankzij de Europese normen (NBN-EN 858-1 en-2) wordt een bepaalde kwaliteit van de afscheiders nagestreefd inzake stevigheid, waterdichtheid, capaciteit van diverse volumes, capaciteit in debiet en oliefiltercapaciteit. Niet enkel de afscheider als zodanig moet aan deze norm beantwoorden, ook het ontwerp, de installatie en het onderhoud van de KWS-afscheider. De NBN EN 858-1 en -2 moet aldus beschouwd worden als een soort handleiding om op een correcte wijze KWS-afscheiders te installeren, te gebruiken en te onderhouden.

 

Het ontwerp

Volgende elementen dienen zeker meegenomen te worden in het ontwerp: de debietbepaling van de KWS-afscheider (het debiet dat de afscheider moet kunnen verwerken), de hoeveelheid slib dat in het influent terechtkomt, de aansluiting van de afscheider op de riolering of op een oppervlaktewater, de wachtbuizen voor alarmeringen, ….

 

De concrete omstandigheden kunnen het ontwerp van de afscheider sterk bepalen. Zo zal bijvoorbeeld het influent van een carwash meer slib bevatten dan dat van de parking van een winkelcentrum.

 

De plaatsing

De KWS-afscheider dient volgens de voorschriften van de constructeur geplaatst te worden. Alle aansluitleidingen moeten waterdicht zijn en mogen niet uit PVC vervaardigd zijn. De bovenste toegangen dienen waterdicht aan te sluiten op het putdeksel.

 

Voor de alarmering(en) wordt een kabel in een wachtbuis voorzien en gebeurt de uitvoering volgens specifieke elektrische karakteristieken (koperdoorsnede, afscherming, bestendigheid omhulsel).

 

Controle en Onderhoud

Eenmaal geplaatst en geïnstalleerd, dient de afscheider regelmatig gecontroleerd te worden zowel op zijn werking als op zijn fysieke eigenschappen (bv. waterdichtheid...).

De KWS-afscheider moet ook regelmatig geledigd worden. Het Departement LNE (Leefmilieu, Natuur en Energie) verwijst hiervoor naar de norm NEN-EN 858-1. Na het ledigen, dienen de afscheider, de filter, de kleppen en de afsluiter gereinigd en terug met water gevuld te worden.

 

Kunststoffen en betonnen afscheiders vereisen een verschillende soort inspectie. Doordat kunststoffen afscheiders over een dubbelwand beschikken, kan een eventuele lekkage met behulp van drukbewaking geverifieerd worden. Betonnen afscheiders vereisen nadere visuele inspecties op eventuele scheuren of gaten. De waterdichtheid kan getest worden door middel van een proefopstelling met communicerende vaten. De olielaagdikte kan met behulp van een peilstok bepaald worden.

Alle acties met betrekking tot het onderhoud en het gebruik van de KWS-afscheider dienen in een logboek opgetekend te worden. Voor een aantal sectoren, bijv. garages, wasplaatsen (cf art. 5.15.0.10) staan er daarover in Vlarem II bepalingen opgenomen om de goede werking te verzekeren: naast het bijhouden van een logboek wordt ook inspectie om de drie maanden opgelegd. Een alarmsysteem kan wel een goed alternatief zijn.

 

Een alarm?

Volgens de EN 858-1 en -2 (clausules 6.5 en 6.5.4 uit de EN 858-1: 2002) dient een KWS-afscheider verplicht uitgerust te worden met een alarmsysteem. Momenteel is die verplichting in Vlaanderen echter onduidelijk.

 

Ongeacht of een alarmsysteem al dan niet verplicht is, vormt het een goed instrument om de controle op de KWS-afscheider te vergemakkelijken.

Enkele voorbeelden:

 

  • Een KWS-afscheider kan niet functioneren wanneer zijn uitlaat geblokkeerd is. Dit kan gebeuren in geval de afsluiter dichtgevallen is. Een alarm met opstuwingsmelding verwittigt hierover.
  • Bij het bereiken van de maximale capaciteit van de olie-buffering, moet de afscheider geledigd worden. Indien deze maximale capaciteit overschreden wordt, dan zal er olie mee stromen richting riool of oppervlaktewater. Ook een verzadigde coalescentie-filter hindert de afvoer in zijn werking. Een opstuwingsalarm kan deze problemen signaleren.
  • Een lek in de afscheider kan opgemerkt worden tijdens de inspectie in een betonnen afscheider of dankzij bijvoorbeeld de overdrukbewaking in de afgesloten ruimte tussen de binnen- en buitenwand van een kunststoffen versie. Een daling in niveau kan ook opgemerkt worden door het olielaag-alarm.
  • Te veel slib in de afscheider kan de afvoer hinderen of blokkeren in zijn werking. Een slibalarm in de slibvang is in sommige applicaties (bv. carwash) daarom zeker géén overbodige luxe.

Vergeet nooit dat een olie-afscheider naast een gevaar voor milieuvervuiling, ook een potentieel explosiegevaarlijke opslagplaats van koolwaterstoffen ‘kan’ zijn. Voorzie dus steeds de noodzakelijkheden om de risico’s zo goed mogelijk in te perken en het systeem correct te ontwerpen en te plaatsen.