Ontwerp private riolering

Dimensioneren RWA buiten het gebouw

Ir-Arch. Julie Alboort • 17 juni 2016

Hoe de diameters van RWA-collectoren buiten het gebouw berekenen?

De diameters van collectoren voor RWA buiten het gebouw kunnen berekend worden met de formule van Colebrook-White (wordt soms ook naar verwezen als Prandl-Colebrook) met een vullingsgraad van 70% in de buis. Onderstaande tabel is opgesteld op basis van deze formule en is  opgenomen in de bijlage van de norm NBN EN 12056-3 (= norm voor ontwerp en berekening van hemelwaterafvoerleidingen).

EN 12056-3:2000

Voor regenwater is een minimale hellingsgraad van de buizen van 0.5% voldoende.

Als minimale watersnelheid v hanteert men (WTCB) 0.7 m/s. Enkele oplossingen linksboven in de tabel zijn bij ons dus niet bruikbaar.

 

Aan de hand van het debiet dat door de buis zal komen (Q=r*A met r = 0.05 l/s.m² en A = de horizontale projectie van het aangesloten dakoppervlak in m²) en de helling die gelegd kan worden, kan gecontroleerd worden welke diameter gekozen moet worden in functie van het debiet in de tabel dat ≥ aan dit debiet.

 

Het is in veel gevallen mogelijk om meer dan 1 diameter te kiezen. De helling waaronder de buis gelegd moet worden, zal echter groter moeten zijn bij een kleinere diameter. Bijvoorbeeld, als je 12.6 l/s moet kunnen afvoeren met de collector kan een diameter 125 gekozen worden met een helling van 3.5% of een diameter 150 met een helling van 1%. De diameter van de collector mag nooit kleiner zijn dan de diameter die er stroomopwaarts op aangesloten is.

 

De berekening van de diameter wordt altijd gemaakt op basis van een (theoretische) binnendiameter die gegeven wordt in Tabel 1 van de NBN EN 12056-2; in de praktijk moet dan voor het gekozen materiaal gecontroleerd worden of de binnendiameter minstens gelijk is aan deze theoretische diameter. Men (WTCB) neemt hiervoor een marge van 5% aangezien er toch al veiligheden zitten in de berekeningen. Alle kunststoffen vallen op die manier onder dezelfde rekendiameter. Dit maakt het dus gemakkelijker.

EN 12056-2

In de normen is in de tabellen sprake van nominale diameters DN. Strikt genomen is dat niet helemaal juist. Men (WTCB) spreekt van “rekendiameters” DCAL die dan overeenkomen met een bepaalde nominale diameter die eventueel verschillend kan zijn, zeker in het geval van kunststoffen buizen.

Onderstaand een overzichtsslide uit een WTCB-presentatie over de dimensionering van afvalwater met een overzicht om dit te verduidelijken (buizen voor RWA afvoer onder de grond buiten het gebouw zijn dezelfde als voor DWA). De binnendiameter di(min) uit de norm is dus IDmin in de tabel. De minimale diameter voor een collector is DCAL 100.

WTCB